Zuinig, maar niet goedkoop

“Ja, maar mijn hobby verdient zichzelf terug!”. Welke hobbybrouwer heeft deze zin nou niet gebruikt ter verdediging van uitgaven tegenover zijn/haar betere helft? En aangezien die betere helft niet meteen de rekenmachine erbij pakt om deze claim te verifiëren, komen we er gemakkelijk mee weg.

Toch is op de centen letten zo gek nog niet. Want een euro uitgespaard op brouwuitgaven, is een euro geïnvesteerd in de relatie (avondje uit, misschien, in plaats van bottelen?). Hier een aantal tips om de uitgaven te beperken.

Investeringen in brouwinstallaties betekenen vaak een grote uitgave in een klap. Maar denk na of die uitgave wel echt nodig is. Je kunt perfecte bieren brouwen in goedkope apparatuur. Zelf heb ik prijswinnende bieren gebrouwen in een tot maisch/filterkuip omgebouwde tweedehands koelbox, een 50 jaar oude aluminium 40 liter pan als kookketel en een platenkoeler uit een afgedankte cv-ketel. Totale investering: € 30,-, voornamelijk voor wat koperbuis. Een nieuwe curver gistvat van € 40,- en een nieuwe mandfles van € 15,- maakten de brouwinstallatie compleet. Komt er nog wat meetspul bij en voor onder de € 100,- ben je klaar.

Maar hoewel een full blingbling brouwinstallatie je al gauw honderden tot duizenden euro’s kost, vallen de kosten per geproduceerde liter bier op den duur mee, zeker als je vaak brouwt. In de loop der jaren bespaar je meer door prijsbewust in te kopen.

Mout is, mits koel, donker en luchtdicht verpakt bewaard, lang houdbaar. Het ligt dus voor de hand om mout groot in te kopen. Veel gebruikte basismouten, zoals pilsmout, tarwemout en pale ale mout kun je best in verpakkingen van 25 kg kopen. Een kilo pilsmout kost bijvoorbeeld € 2,17. Koop je een verpakking van 5 kg , dan kost de mout nog € 1,56/kg en per 25 kg ingekocht is dit nog maar € 0,90/kg! Veel gebruikte en sneller voor verval vatbare speciaalmouten koop ik meestal in 5 kg verpakkingen. Mouten waarvan je meestal maar weinig nodig hebt, zoals chocolademout, koop ik in 1 kg verpakkingen. Het is een kwestie van de juiste balans vinden tussen versheid en kosten.

Bij hop ligt de zaak iets ingewikkelder. Hop is beperkt houdbaar en hiervan kun je dus niet teveel van inslaan. Bovendien moet je hop bewaren in de diepvries en dat kost een hoop electriciteit. Dan is er nog de vraag van hopsoorten. Brouw je graag met veel verschillende variëteiten, dan is groot inslaan niet voor de handliggend, omdat je anders snel een hele vriezer vol met hop hebt liggen.

Je kunt verschillende strategieën bedenken. Voor de bitterheid van je bieren maakt het in de smaak niet veel uit of je hopt met de ene of de andere hop. Sommige hopsoorten geven een wat hardere bitterheid, dus die laat je links liggen. Voor het bitteren kun je het best een hop gebruiken met een hoog alfazuurpercentage. Mijn favoriet hiervoor is Magnum en die gebruik ik dan ook in vrijwel al mijn bieren voor de bitterhopgift. Het spaart je veel geld uit als je maar 10 gram Magnum hoeft te gebruiken in plaats van 43 gram Saaz om dezelfde bitterheid te krijgen.

Een goede planning kan je verder helpen de kosten te drukken. Plan een paar bieren achter elkaar waarin je dezelfde hopsoorten gebruikt voor smaak en aroma. Je kunt dan grotere verpakkingen inkopen. Pellets zijn trouwens beter houdbaar dan bellen en nemen minder ruimte in in de vriezer, dus mocht je toch meer variatie willen en groot willen inkopen, dan zijn pellets de beste keuze.

Gist dan. Tja, de kwaliteit van gedroogde gisten is de laatste jaren enorm verbeterd, evenals de keus in gisten. Gedroogde gisten zijn meestal goedkoper dan vloeibare gisten, maar niet altijd. Sommige gedroogde gisten zijn zelfs duurder. Het voordeel van gedroogde gisten is, dat je geen giststarter hoeft te maken en daarmee bespaar je dus op moutextract.

Voor sommige bierstijlen kun je toch het best een vloeibare gist gebruiken. Dus dan koop je een vloeibare gist, maakt een voldoende grote starter en brouw je je bier met die gist. Je bespaart de helft van de kosten door de gist nogmaals te gebruiken. En tweederde door hem drie keer te gebruiken. Als je hygiënisch werkt en de gist maximaal een week in de koelkast bewaart, is dit een prima werkwijze. Het grote voordeel hiervan is, naast kostenbesparing, dat je met een gistslurry altijd meer dan genoeg gist hebt voor het volgende bier.

Een vaak terugkerende vraag is: brouwen op gas of op elektriciteit? Vanuit kostenoogpunt is aardgas de beste keus. Elektrisch verwarmen is efficiënter (bij stoken met gas gaat behoorlijk wat warmte langs de pan verloren), maar omdat aardgas per kilowatuur energie flink goedkoper is dan elektriciteit, wint aardgas het pleit. Rekening houdend hiermee zijn de kosten voor verwarmen met aardgas ongeveer de helft van die van verwarmen met elektriciteit. Voorlopig, tenminste. Want het ligt voor de hand dat gas de komende jaren (veel) duurder gaat worden en electriciteit goedkoper. Als je zelf zonnepanelen bezit, dan is elektriciteit de beste keus.

Tenslotte nog dit. Om kosten te besparen kun je er natuurlijk ook voor kiezen om kleinere hoeveelheden bier te brouwen. Nee, nu niet gelijk gaan schelden en slaan. Vraag jezelf eerlijk af: heb ik wel zoveel bier nodig? Hoeveel flessen bier spoel je jaarlijks weg omdat het bier over de top is geraakt? Als het antwoord 0 is, prima. Dan drink je genoeg. Of teveel. Dat is dan een aanknopingspunt om te besparen op toekomstige medische kosten.

Adrie Otte