De lange arm

Het gebeurde vlak nadat mijn boek was verschenen met de bijbehorende media-aandacht. Maandagavond, etenstijd. De bel gaat. Zal wel weer een collecte wezen. Maar nee: twee in vol ornaat geüniformeerde heren staan voor de deur. Nog net geen zwaailicht en sirene aan op hun wagen. Aan de overkant gluren de buren tussen de vitrage door om te kijken wie er in de boeien wordt geslagen.

Er volgt een conversatie die ongeveer zo ging:

Lange arm: Zo. Dus meneer brouwt bier?

Ik: Klopt. Leuk joh! Komt u een boek kopen, dan kunt u het ook leren?

Lange arm: Meneer is zeker de leukste thuis. Wist u wel dat bier brouwen verboden is zonder vergunning en afdracht van accijnzen?

Ik: Dat geldt niet voor hobbybrouwers. Het is wettelijk toegestaan om voor eigen consumptie thuis te brouwen.

Lange arm: Nee meneer, dat hebt u mis.

Ik: Nee meneer, dat hebt ú mis.

Lange arm: Mogen wij uw brouwerij zien?

Ik: Natuurlijk. Komt u maar mee.

Even later, in de brouwerij, wordt elk hoekje en gaatje aan een inspectie onderworpen. Er staan geen pellets met kratten klaar voor verscheping. Slechts 1 kratje staat te hergisten in de klimaatkast. Geen etiketten, geen bedrukte kroonkurken. Niets dat wijst op een multinationale brouwerij in wording.

Lange arm: Hmmm. U kunt binnenkort een schrijven van ons verwachten.

Ik: Leuk. Ik ben dol op post.

De heren druipen af, de overburen sluiten teleurgesteld de gordijnen.

Een week of wat later krijg ik een keurige verklaring in de bus dat hobbybrouwen inderdaad is toegestaan voor eigen gebruik en dat ik ontheven ben van alle accijnsverplichtingen. “Waarschuwing” staat er met dikke letters op, “bewaar deze brief goed!”. Oppassende burger die ik ben, heb ik de brief nog steeds.

Niet dat deze brouwer altijd zo braaf is geweest. Of wel, dat weet je met columnisten natuurlijk nooit. Ooit brouwde ik met vrienden een hectoliter per keer. Soms brouwden we sneller dan we konden drinken. De helft van een batch verdween dan in een 50-liter fust, bestemd voor een bevriende kroegbaas. Ik kan dat nu wel schrijven, want het feit is verjaard. Of nooit gebeurd. Toon het maar eens aan.

Een paar dagen na levering seinde de kroegbaas ons in dat ons bier, een zeer geslaagde Rochefort 8-kloon (8 à 9%), op de tap stond. Gevieren togen wij naar de kroeg. Breed lachend verwelkomde de kroegbaas ons bij binnenkomst als waren wij oude vrienden die hij in geen decennia had gezien. Het verbaasde ons dat hij niet achter de bar stond, maar aan een tafeltje in het café zat. Al snel hadden we door wat er aan de hand was. Glazig uit zijn ogen kijkend en half verstaanbaar prees hij ons bier. Hij had al vier glazen op. Perfect bier! Alleen jammer dat ie maar 5% was. Wanneer kon hij het volgende fust verwachten?

We besloten, om argeloze kroegbazen en hun klanten tegen zichzelf in bescherming te nemen, voortaan maar geen bier meer onder de toonbank door te schuiven. De lange arm heeft soms een punt.

14-10-2016, Adrie Otte